In de laatste levensfase gaat het in de Nederlandse zorg vaak mis. Het gesprek over de dood wordt te laat – of helemaal niet – gevoerd. Volgens oncologisch chirurg Schelto Kruijff van het UMCG is het tijd voor een radicale verandering: schuif de discussie naar de keukentafel, in plaats van te wachten tot het moment dat iemand op de spoedeisende hulp belandt.
De ‘doen-reflex’ in ziekenhuizen
Het uitblijven van een tijdig gesprek heeft in de praktijk grote gevolgen. Patiënten worden op de intensive care vaak tot het uiterste behandeld. Zodra een ernstig zieke patiënt binnenkomt, treedt er een zogeheten ‘doen-reflex’ in werking: artsen willen helpen, waardoor er eindeloos gescand, geopereerd en bestraald wordt.
‘Zolang er behandeld wordt, blijft er hoop’, stelt Kruijff. ‘Stoppen voelt voor veel mensen als opgeven.’ Dit staat echter op gespannen voet met de eed van Hippocrates, waarin artsen beloven lijden te verlichten, niet om het leven ten koste van alles te rekken. Het doel zou niet meer jaren moeten zijn, maar meer gezonde jaren.
Persoonlijke confrontatie
Hoe hardnekkig deze reflex is, ondervond Kruijff zelf toen zijn 83-jarige schoonvader na een val in het ziekenhuis belandde. Ondanks de kwetsbaarheid van zijn schoonvader, werd de druk om direct in te grijpen gevoeld. ‘In zo’n acute situatie hangt er een enorme druk in de lucht: we moeten handelen, de sirenes moeten aan.’
Zijn schoonvader overleefde de bloedvergiftiging, maar zijn fysieke conditie ging na de ingrijpende ziekenhuisopname fors achteruit. Kruijff vraagt zich sindsdien hardop af wat die behandeling uiteindelijk heeft bijgedragen aan de kwaliteit van het leven van zijn schoonvader.
Kwaliteit boven kwantiteit
Kruijff pleit voor een verschuiving naar ‘kwaliteit van sterven’. Hij schetst een menselijker scenario waarin de patiënt de regie in handen houdt en in vertrouwde omgeving, omringd door familie, afscheid kan nemen. ‘Zelf zou ik het liefst thuis sterven, met de tuindeuren open en familie om me heen in plaats van op de ic, tussen de piepjes, draden en tl-buizen.’
Deze visie sluit aan bij de landelijke beweging naar ‘passende zorg’. In het Integraal Zorgakkoord hebben zorgpartijen afgesproken zorg die weinig oplevert voor de patiënt terug te dringen en meer ruimte te maken voor het gesprek voordat een behandeling start.

Normaliseren van het gesprek
Onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland toont aan dat ruim de helft van de zeventigplussers nog nooit met een zorgverlener heeft gesproken over hun laatste levensfase. Vaak uit onwetendheid over hoe het gesprek te beginnen of omdat men denkt dat het nog ’te vroeg’ is.
Kruijff roept op om die drempel te verlagen. ‘Praat met elkaar. Kinderen met ouders, partners onderling. Het hoeft niet zwaar of somber te zijn. Neem er gerust een goed glas wijn of een biertje bij, met een paar pinda’s. We moeten wat normaler gaan doen over de dood.’
Economische noodzaak
Naast het ethische aspect is er een dringende noodzaak vanuit het zorgstelsel. De zorgkosten in Nederland zijn in 2025 gestegen tot ruim 120 miljard euro, wat neerkomt op 10,2 procent van het bruto binnenlands product. Tegelijkertijd loopt het personeelstekort in het Noorden, maar ook landelijk, verder op.
‘Als de huidige trend doorzet, dreigt de zorg onbetaalbaar te worden en het personeelstekort onbeheersbaar’, waarschuwt de chirurg. Meer bedden en behandelingen zijn volgens hem geen oplossing voor de onderliggende maatschappelijke problemen. Het gesprek over wat een behandeling werkelijk oplevert, is daarmee minstens zo waardevol als de medische handeling zelf.
Bron: www.rtvnoord.nl
